Bondscoach Martina Voss-Tecklenburg leek de boel na een 2-1-overwinning op Vietnam de boel aardig op de rit te hebben, maar een nederlaag tegen Zambia, twee weken voor aanvang van het WK, wierp de Duitsers een stap terug.
De statuur van de ploeg is gigantisch met twee wereldtitels en acht Europese titels.
Ze wonnen zowel het WK in 2003, als de editie van 2007 en vestigde zich daarmee als absolute grootmacht in het damesvoetbal.
Tussen 1995 en 2013 won het ieder EK en was twee decennia lang een van de beste teams ter wereld.
In 2016 haalde het nog Olympisch goud, maar op internationaal niveau is de tweede plaats op het EK vorig jaar het beste resultaat sinds het winnen van het EK in 2013.
Op het WK in 2019 haalde het de kwartfinale, maar in Australië zal de echte test wellicht al eerder komen.
“We willen verder bouwen op wat we hebben laten zien tijdens het WK,” zei Voss-Tecklenburg. “Attractief, aanvallend en creatief voetbal. We willen voor problemen voor onze tegenstanders zorgen en uiteindelijk heel erg succesvol zijn.”
Voss-Tecklenburg is geen onbekende van succes. Ze won als speelster vier Europese titels.
Sinds ze in 2018 aan het roer kwam, heeft ze echter nog geen internationale titel kunnen pakken. Iets wat tot 2013 iets vanzelfsprekend leek voor de Duitsers.
“We willen plezier hebben en het zelf domineren. Daar werken we aan,” zei de 55-jarige Voss-Tecklenburg.
“We weten dat een aantal dingen beter moeten en dat we het de afgelopen tijd niet goed gedaan hebben.”
De Duitsers verloren drie van hun laatste zes duels. Eind vorig jaar werd er verloren van de Verenigde Staten en in april van Brazilië.

Als ze, zoals verwacht, groepswinnaar worden in een groep waar ook Colombia en Zuid-Korea in zitten, dan komen ze tegen de nummer twee van Groep F met Brazilië, Frankrijk, Panama en Jamaica.
“Ik heb veel vertrouwen in mijn speelsters. We willen zo lang mogelijk meedoen,” zei Voss-Tecklenburg.
“We komen in de tweede ronde waarschijnlijk Frankrijk of Brazilië tegen en dat is een hele grote klus. Tot die tijd willen we in ons ritme komen.”
