Strafschoppen waren nodig omdat de stand na de reguliere speeltijd en de verlenging 0-0 was. Dani Carvajal maakte in de strafschoppenserie de winnende penalty voor Spanje. Kort daarvoor had doelman Unai Simón de strafschop van Bruno Petkovic gestopt. Eerder hadden Lovro Majer en Aymeric Laporte gemist.
Voor de Spanjaarden was het de tweede finale in de Nations League. De vorige in 2021 verloren ze van toenmalig wereldkampioen Frankrijk. Met veel balbezit probeerde Spanje druk te zetten op het doel van Dominik Livakovic, die in de beginfase zonder gevolgen even naast een voorzet van Fabián Ruiz greep. Een schot van Gavi ging nog naast.
Kansen
De Kroaten van sterspeler Luka Modric, die zich na de 4-2-zege op Oranje in de halve finale opnieuw gesteund voelden door een grote meerderheid van Kroatische fans, werden in het tweede deel van de eerste helft sterker. Andrej Kramaric kwam na een snelle omschakeling niet tot een schot door goed ingrijpen van Laporte. Op een kopbal van Ivan Perisic moest doelman Simón voor het eerst redding brengen.
In de tweede helft kopte Marco Asensio net over op aangeven van Jordi Alba, maar was ook Kroatië bij vlagen gevaarlijk. De la Fuente bracht Ansu Fati en Joselu en bij Kroatië kwam Petkovic. Maar ook met extra wissels aan beide kanten bleven de grote kansen aanvankelijk uit, totdat Fati in de 84 minuut van dichtbij tegen het been van Perisic aanschoot.
Strafschoppenseries
Kroatië begon aan de strafschoppenserie in de wetenschap dat de laatste twee keer op het WK gewonnen werd vanaf 11 meter. De Spanjaarden werden op het WK juist uitgeschakeld na strafschoppen door Marokko.
Doelman Simón van Athletic Bilbao werd echter de grote man voor Spanje. Hij stopte de strafschoppen van Majer en Petkovic, waardoor Spanje na uitschakelingen op het WK en ook het EK 2020 eindelijk weer eens won vanaf 11 meter.
