Vlaamse Friet
We moesten voor een zondagochtend relatief vroeg vertrekken om op tijd aan te komen bij het Jan Breydelstadion van Club Brugge voor de eerste wedstrijd van de dag, maar die strijd ging eigenlijk nóg vroeger los. Regerend landskampioen Brugge speelde om 13.30 tegen KAA Gent voor de Slag om Vlaanderen, zoals de beladen derby genoemd wordt. Een aantal fans van Gent hadden in de nacht voor de wedstrijd echter al ingebroken in het stadion van hun rivaal.
De doelpalen en diverse muren waren beklad met blauwe graffiti en in de middencirkel van het veld was ‘9K’ gebrand in de grasmat. 9K staat voor 9000, de postcode van Gent, waarmee de supporters wilden aangeven dat zij de baas waren in Brugge.
Eenmaal aangekomen bij het stadion troffen we talloze kraampjes aan waar gespannen Brugge-supporters de wedstrijd aan het voorbeschouwen waren. We kwamen pas laat op het idee om deze wedstrijden te gaan bezoeken en konden enkel nog kaartjes bemachtigen naast het uitvak. Om zelf ook in aanmerking te komen voor een portie Vlaamse friet, moesten we eerst even een betaalpas aanschaffen, maar ook dit verliep vrij vlot. En zo konden we zo’n 30 minuten voor de aftrap met onze lokale lekkernij in de hand plaatsnemen op ons ‘zitje’, zoals ze dat in Vlaanderen zo mooi zeggen.
Jongen met de pet
Het uitvak was relatief groot en ondanks dat het niet helemaal vol zat, waren er in totaal wel redelijk wat uitsupporters meegekomen naar Brugge voor deze strijd. Ook de thuistribunes werden langzaam gevuld, maar vocaal waren het vooral de bezoekers die de aandacht op zich vestigden. Toen de aftrap eenmaal was genomen, waren het ook vooral de uitsupporters die voor entertainment zorgden, want qua voetbal begon het vrij matig. De ene na de andere simpele bal werd ingeleverd en ondanks dat Brugge duidelijk de bovenliggende partij was, werden er niet al te veel grote kansen opgezet. Ook ontbrak bij de spelers op het veld de felheid en de absolute wil om te winnen die je mag verwachten bij een derby.
Vanaf de tribunes klonken veelal teksten en melodieën die in Nederland ook vaak gezongen worden, maar hier en daar waren er ook Vlaamse varianten te horen. Zo was er bij ons in het vak een jongen met zijn pet over zijn ogen getrokken, die naast het uitvak was gaan zitten om te provoceren met gebaren en liedjes. Het uitvak reageerde hierop met het liedje ‘Die met die pet, is een janet’.
Heet maken
Als Nederlanders hielden wij natuurlijk ook de verrichtingen van onze twee landgenoten in de gaten die aan de aftrap verschenen: Bjorn Meijer en Noa Lang. Uiteindelijk zou blijken dat wij zeker niet de enigen waren die hun blik op de twee talenten zouden richten.
Al voor de aftrap werd ons duidelijk dat Lang het nodige los wist te maken op de tribunes, toen bij het opsommen van de opstelling door de stadionspeaker extra hard werd gejuicht werd bij het noemen van zijn naam. Het uitpubliek was juist telkens extra luidruchtig als de Oranje-international van de bal werd gezet of een duel verloor. Toen Lang op de grond lag na een overtreding die op hem gemaakt werd, scandeerde het uitvak massaal: ‘Hij was te slecht, voor Amsterdam’.
Dat Lang gewaardeerd werd door het thuispubliek was wel te begrijpen op basis van het veldspel. In een stroef lopende wedstrijd was hij de enige die regelmatig voor een opleving wist te zorgen met zijn dribbels. Lang was in alle facetten de hoofdrolspeler en gaf een extra dimensie aan de beleving, of zoals hij in zijn eigen woorden zou zeggen: ‘hij maakte het Belgische voetbal heet.’
‘Successupporters’
Het had er lang schijn van dat de wedstrijd uit zou lopen in een bloedeloos gelijkspel, maar in de 73e minuut was het de 19-jarige Bjorn Meijer die de thuisclub op voorsprong had gezet, wat ervoor zorgde dat nu ook de ‘Boeren’ op de thuistribunes opleefden. Meijer maakt sowieso een uitstekend debuutseizoen door bij Brugge en was als linksback nu al voor de zevende keer betrokken bij een doelpunt voor zijn relatief nieuwe werkgever.
De supporters van Gent, die zichzelf De Buffalo’s noemen, waren niet te spreken over het plots opleven van het thuispubliek en kwamen met bekende supportersliedjes als ‘You’re only singing when you’re winning’, ‘Wat zijn die boeren stil’ en ‘Successupporters’ op de proppen, waarvan we moesten toegeven dat het eerste liedje in ieder geval ditmaal feitelijk niet onjuist was. Naast de jongen met de pet waren een man en vrouw op leeftijd die zo’n twee rijen voor ons zaten de enigen van ons vak die zich regelmatig lieten horen.
De man en vrouw waren ook enorm veel bezig met het uitpubliek en konden het niet laten om de hele wedstrijd lang gebaartjes te maken naar De Buffalo’s. De vrouw haalde om de paar minuten een mondkapje uit haar zakken die ze gebruikte om haar fictieve tranen weg te vegen bij het huilgebaar dat ze maakte. De man wees regelmatig naar het uitvak, en wreef zijn hand vervolgens telkens over zijn eigen achterwerk om te laten zien dat hij schijt had aan Gent. Het zouden je ouders maar zijn, is wat onze gedachtengang domineerde, al vonden we van een afstandje wel grappig om te observeren. Een steward dacht daar uiteraard anders over en riep meerdere malen dingen als ‘’Allé zeg, mevrouw! Gedraag u!’’ nadat de vrouw weer een middelvinger opstak naar het uitvak.
Trage VAR
Tegen het einde van de wedstrijd leek Brugge een penalty te krijgen om de derby definitief naar zich toe te trekken, maar de scheidsrechter wilde eerst even kijken wat de VAR ermee deed. Het leek voor ons een vrij duidelijke strafschop, maar de VAR had er bijzonder lang voor nodig om tot een beslissing te komen. Het spel stond letterlijk meer dan vijf minuten stil. Dit hadden wij in Nederland in ieder geval nog nooit gezien en ook hier was het publiek er niet van gediend. De VAR had zich overigens beter zo gedetailleerd op andere dingen kunnen focussen, want een overduidelijke elleboogstoot van Tajon Buchanan werd eerder genegeerd. Zowel het thuispubliek als het uitpubliek vond het nu allemaal veel te lang duren en begon massaal te fluiten.
Van 9K naar 8K
Uiteindelijk werd de scheidsrechter van dienst toch naar het scherm gestuurd en hij bleek een stuk gedecideerder dan de VAR zelf kende snel een strafschop toe. Zo kon aanvoerder Hans Vanaken in de 93e minuut de wedstrijd beslissen voor de thuisploeg.
De wedstrijd zat erop, Club Brugge vierde feest met de supporters en ook hierin was er weer een hoofdrol weggelegd voor Lang. De Nederlander zwaaide met een vlag van de supporters en vierde uitgebreid feest met het thuispubliek. Later kreeg hij ook nog een witte spuitbus overhandigd, waarmee hij de ‘9K’ die in de middencirkel was gebrand, veranderde naar ‘8K’, de postcode van Brugge. Ook hielden de spelers van Brugge bij het juichen met de fans een spandoek vast met de tekst ‘Gent = Blauw-zwart’.
Meerdere uitvakken
Veel tijd om na te genieten van de wedstrijd hadden we niet. Na een korte tussenstop bij een supermarkt en bij de Quick gingen we snel door naar Brussel, voor de tweede derby van de dag. Anderlecht nam het in het eigen Lotto Park op tegen Standard Luik en de heenwedstrijd was al volledig uit de hand gelopen. Dat affiche werd uiteindelijk zelfs gestaakt omdat Anderlecht-supporters vuurwerk op het veld gooiden.
Toen we het stadion naderden, merkten we direct hoe erg deze wedstrijd leefde in de gemeente van Brussel. De omgeving van het stadion was autovrij gemaakt en overal liepen mensen in Paarse kleding. Ook in dit stadion moesten we in een vak plaatsnemen naast de uitsupporters, waar opvallend veel plek voor vrijgemaakt was. Er waren namelijk twee uitvakken naast elkaar op de tweede ring, terwijl er ook nog een vak vol Luik-supporters op de eerste ring stond. In het uitvak naast ons viel het ons op dat er een hoop variatie zat in geslacht, leeftijd en afkomst, iets wat normaliter bij uitpubliek toch vrij beperkt is.
Wellicht dat het indelen van meerdere vakken voor uitpubliek hieraan meehielp. Het was bijzonder om te zien in de wetenschap dat in Nederland steeds meer uitsupporters geweigerd worden om zelfs vakken met maar 400 plekken te vullen.
Tifo, fakkels en vuurwerkbommen
Vlak voor de aftrap werd de ene na de andere vuurwerkbom en fakkel aangestoken en werd er een gigantische Tifo onthuld door de Mauves, zoals de supporters van Anderlecht genoemd worden. De supportersgroep Mauves Army viert dit jaar haar twintigjarig bestaan en scheef onder een enorm spandoek de tekst: ‘’Ils ont beau chercher sur c'qu'on est, ils n'atteindront jamais c'qu'on fait’’, Frans voor: ‘Hoeveel ze ook kijken naar wat we zijn, ze zullen nooit bereiken wat we doen.’ In de eerste minuten van de wedstrijd stonden alle fans uit het vak van de Mauves Army hun club aan te moedigen met hun rug naar het veld en armen over de schouders van de buurman- of vrouw heen.
Wat ons opviel is dat er niet alleen meerdere uitvakken waren, maar dat er naast de fanatieke supporters van de Mauves Army ook een sfeervak was aan de andere korte zijde, waar wij zaten. Ook zij hadden een eigen Capo en bleven een groot deel van de wedstrijd hun ploeg aanmoedigen met liedjes. Ons eigen vak was nog relatief stil, maar wij leken wel de enigen van het hele vak te zijn die geen paars kledingstuk aan hadden getrokken voor dit affiche. Ook de formeel geklede fans op leeftijd droegen een jas met minimaal een paars detail.
Niet alleen de sfeer, maar ook de wedstrijd was aanzienlijk beter dan de derby die we eerder die dag gezien hadden. De spelers van beide elftallen leken goed te begrijpen hoe belangrijk dit affiche was voor de fans en waren vanaf de eerste minuut ontzettend fel. Er vonden later dan ook diverse opstootjes plaats. Voetballend lukte er wat meer dan in de vorige wedstrijd en stak de 21-jarige Belgisch international Yari Verschaeren van Anderlecht er qua niveau regelmatig bovenuit.
Opnieuw een Nederlandse openingstreffer
Ook in deze wedstrijd verschenen er twee jonge Nederlanders aan de aftrap. Aan de zijde van de thuisploeg was er een basisplaats onder de lat gereserveerd voor de 20-jarige Bart Verbruggen en bij de bezoekers uit Luik mocht de even oude Noah Ohio vanaf het begin laten zien wat hij in huis had. Verbruggen was drie dagen voor deze wedstrijd nog de grote man in de strafschoppenserie tegen Ludogorets, waar Sergio Padt onder de lat stond. De doelman van Anderlecht werd toen nog uitgeroepen tot Europa League-speler van de week.
Het eerste doelpunt was ook in dit affiche van Nederlandse komaf. Ohio bekroonde een sterke openingsfase van Luik met een treffer, door de bal vlak voor het doel met zijn hak langs doelman Verbruggen te schuiven. In de daaropvolgende minuten werd de thuisploeg steeds gevaarlijker en was het de ervaren Islam Slimani die de wedstrijd deed kantelen. In de 34e minuut schoot hij vanaf elf meter de gelijkmaker binnen en slechts vier minuten later zette hij zijn ploeg zelfs op voorsprong.
Beide treffers werden uiteraard uitgebreid gevierd door het thuispubliek. Na iedere treffer was ‘Olé, Olé. Olé, We are the Champions’ the horen door de stadionspeaker, die continu wisselde tussen Vlaams en Frans. Na ieder doelpunt leidde hij ook een nieuw liedje in voor de thuisfans alsof hij zelf de capo was, iets wat goed aansloeg op het publiek en wij zelf ook nog nooit meegemaakt hadden bij een Eredivisieploeg.
In de rust van de wedstrijd werden de fans vermaakt met een stadioncam die supporters filmde en vragen stelde. Zo kwamen links en rechts bijvoorbeeld de uit- en thuisshirts in beeld of twee voormalig spelers van de club, en moest de gefilmde supporter wijzen naar welke van de twee zijn of haar voorkeur had. Ook vroeg de stadioncam regelmatig om de gefilmde supporters een ‘A-gebaar’ te laten maken met hun hand om Anderlecht te vertegenwoordigen.
Ongelukkig eigen doelpunt
In de tweede helft leek Anderlecht de voorsprong tweemaal uit te breiden, maar beide treffers werden afgekeurd wegens buitenspel. Het was duidelijk te merken dat de supportersgroepen hier een hoop andere melodieën hadden voor hun teksten dan in Vlaanderen het geval was en meer beïnvloed zijn door het Franse voetbal. Zo zongen de supporters van beide korte zijdes soms liedjes naar elkaar, zoals we dat vaak bij Marseille zien, maar niet vaak bij Nederlandse clubs.
Het meest gehoorde nummer was wellicht ‘Qui ne saute pas n'est pas Bruxellois’, wat staat voor ‘wie niet springt is geen Brusselaar’, waar vrijwel iedere Ligue 1-club ook een eigen variant op heeft. Ook de variant ‘Qui ne saute pas est un Liégeois’, was vaak te horen, waarvan de betekenis voor zich spreekt. Toch waren het de supporters uit Luik die als volgende mochten juichen toen Killian Sardella met een ongelukkige actie zijn eigen doelman Verbruggen passeerde.
De wedstrijd eindigde in een 2-2 gelijkspel en daar waren vooral de thuissupporters niet content mee. Tegen het einde van de wedstrijd vond ook nog een opstootje plaats op het veld waarbij Amadou Diawara van Anderlecht ook een rode kaart had moeten ontvangen voor het uitdelen van een elleboogstoot, maar ook hij kwam er zonder prent vanaf.
En zo kwam ons Belgische avontuur ten einde en hebben we in de twee derby’s verschillende sfeeracties, fanatieke supporters en twee Nederlandse openingsdoelpunten gezien.
