Femke Bol was de gouddelver met wereldtitels op de 400 meter horden en de 4x400 meter. Ze spoelde met die twee gouden plakken de pijnlijke val weg in de slotmeters van de finale van de 4x400 meter gemengde estafette, waardoor ze een zekere medaille verspeelde.
Sifan Hassan was ook goed voor twee medailles. Zij won zilver op de 5000 meter en brons op de 1500 meter. Anouk Vetter behaalde de bronzen medaille in de zevenkamp.
In de medaillespiegel eindigde Nederland op de achtste plaats. De Verenigde Staten scoorden verreweg de meeste medailles: twaalf gouden, acht zilveren en negen bronzen. Canada werd op grote afstand tweede (vier keer goud, twee keer zilver) en Spanje derde (vier keer goud, één keer zilver).
